Zodra de nieuwe Knip of Marion bij ons thuis op de mat viel, zat mijn moeder meteen dágenlang te naaien. Ze stelde er eer in haar dochters naar de allerlaatste mode te kleden. Niet naar ieders genoegen. Mijn oudere zus trok de hotpants pas onder bedreiging aan, al verzekerde ma haar nog zó dat het hartstikke hip was. Maar ik was meteen verkocht: ik had wel vaker een korte broek aan, maar hotpants klonk zoveel beter!
screen-shot-2016-09-17-at-14-25-54

De jumpsuit vond ik ook zo’n tof ding: alleen de naam al! Toen een klasgenootje pestte dat het net een pyjama leek, haalde ik parmantig de schouders op: ‘Het is mode!’

Dat mode iets verslavends had, merkte ik toen er een ander meisje in een totaal nieuwbakken tenue verscheen. Gonneke was me vóór met de soulbroek! Hij was knalrood en stond haar weergaloos! Ik kon alleen maar denken: godzijdank komt de nieuwe Knip er binnenkort weer aan.

Mijn harembroek had ineens een raar hangend kruis (pas later bleek dat dat juist zo hoorde).

Nu ik ook was aangestoken met het fashion virus stonden me nog wel meer teleurstellingen te wachten.

Het nieuwe kledingstuk werd namelijk vaker níet dan wel wat je je er van had voorgesteld. Het had er op het glanspapier zo goed uit gezien, maar de harembroek had ineens een raar hangend kruis (pas later bleek dat dat juist zo hoorde) en de wikkelrok wilde niet wapperen, maar hing als een natte vaatdoek naar beneden.

Ik herinner me een paarse pet die van suedine was gemaakt, een stugge stof die compleet ondoorlatend was. Als ik die pet opzette bleef er dus een bel lucht in zitten, waardoor het meer weghad van een bolhoed. Of, als je een beetje fantasie had, alsof er een enorme afro – á la Michael Jackson – onder schuilging.

Voor zelfmaakmode-moeders was het topsport.

Maar in die tijd liep je niet snel voor lul, of misschien had ik op een gegeven moment immuniteit opgebouwd, want ik zette het experimenteren vrolijk voort. Van een boerenzakdoek maakte ik een hesje, van een op strategische plekken afgeknipte fantasiepanty een topje.

Het was duurzaam avant la lettre, en kostte allemaal geen drol. Dat was maar goed ook, want de modegrillen volgden elkaar in hoog tempo op. Voor zelfmaakmode-moeders was het topsport. Het viel nauwelijks bij te benen:

Is alles in je garderobe mini? Nu is maxi de mode!
Kun je inmiddels álles naaien? Gehaakte kleren!
Psychedelische printjes? Die zijn uit! Het is nu Schotse ruit!
Hebben al je bloezen langepuntkragen? Time for Mao-style!
Kun je net lekker haken? Nu draait alles om borduren!

Er werd op een gegeven moment zovéél van mijn moeder geëist dat ze mijn vader moest inschakelen om metalen drukknopen in onze minirokjes te slaan, mijn zus zat brede riemen te macrameeën en zelf haakte ik talloze mutsjes en één enorme omslagdoek.

En toch, ondanks de inspanningen van het hele gezin, brak er voor mij ineens de tijd aan dat ik liever kleren uit de winkel wilde. Gewoon een Wrangler of Levi’s spijkerbroek en een effen t-shirtje. Met een legerjasje van de dump.

De eerstvolgende keer dat mijn moeder weer wat voor me naaide, waren het gordijnen, want ik ging op kamers.

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!