Mijn hele jeugd hing ik in het zwembad rond. Er was weinig ander vertier in mijn dorp.

Uren handstand onder water, tikkertje, bommetje, koprol van de kant en natuurlijk van de duikplank. Van de hoge welteverstaan. Dat was wat. Eerst door geduw en getrek van verhitte jongetjes die niet voor elkaar onder wilden doen.

Direct bij de eerste stap die ik op die immens hoge trap zette werd er al gejoeld ‘Dat wordt lachen, die gaat plat.’ Ik liet me niet kennen. Snel naar boven. Het klamme zweet op mijn voorhoofd, tenen al over de rand, niet naar beneden kijken. Gewoon gaan. Doe het voor knappe, mooie Ronnie. De leukste jongen uit het dorp. Die waterrat dook direct onder water zodra een meisje zich van de hoge duikplank afzette om te kijken of d’r badgoed wel goed bleef zitten als ze koppie onder ging.

Mijn topje zat altijd onder mijn neus en mijn broekje half op mijn kont.

En dat vond Ronnie leuk. En van Ronnie wilde alle meisjes aandacht. Gelukkig durfden er weinig van de hoge duikplank. Maar ik dus wel. Zo ben ik een enorm goeie duiker geworden. Alle andere meiden hadden het nakijken. Ronnie werd van mij. Als ik dit aan mijn kinderen vertel geloven ze er geen klap van.

‘Jij een goeie duiker? Ja, doei.’

Op vakantie ontkom ik er niet aan, dan moet ik me bewijzen. Het is niet dat ik bang ben dat mijn bikini ergens onderaan mijn benen bungelt. Ik zou het heerlijk vinden als iemand op mij zou liggen wachten onder water.

zwembad

Maar verkering hoef ik niet meer te zoeken. Met Ronnie is het allang uit. Ik heb nu een ander fijn exemplaar. Dat is het allemaal niet. Ik durf niet meer. Mijn evenwichtsorgaan is totaal van slag. Ik word al duizelig als ik een meter boven het water hang.

Ik weet zeker dat ik al mijn armen en benen breek. Dat ik net als Patty Brard in ‘Sterren springen’, plat op mijn plaat ga. Dat het halve zwembad in mijn oor stroomt. Ik de hele week doof ben en als een gek met mijn kop zijwaarts door het huis spring om dat er weer uit te krijgen.

vakantie

Ik laat me voorzichtig van het trappetje in het water zakken, knijp mijn neus en oren dicht (een onmogelijk handeling, maar mij lukt dat) en vrees ieder spettertje.

Mag ik nog van de duikplank?

Doe maar niet.

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!