‘Jammer hè, dat ik weg ben?’ zegt mijn dochter, half serieus. ‘Mis je me erg?’ ‘Missen?’ herhaal ik verbaasd. ‘Nee, daar heb ik nog geen tijd voor gehad.’

Mijn jongste is op kamers gaan wonen. Een stap waar zij popelend en ik met een beklemd hart naar uitzag. Natuurlijk was ze er klaar voor. En natuurlijk is het ultieme doel van opvoeden dat je kinderen zelfredzaam worden. In alle opzichten. Daar werken we als ouders vanaf dag 1 naartoe, dat we ze steeds meer kunnen loslaten.

Dus kind de deur uit? Missie volbracht. Een mooie mijlpaal, waar ik tevreden bovenop kon gaan zitten. Maar ik voelde me helemaal niet blij of voldaan. Want ik genoot altijd zo van dat huis vol kinderen en hun steeds wisselende aanhang.

Al weken doemde er dan ook een inktzwarte toekomst voor me op. Wég heerlijke onvoorspelbaarheid en leven in het moment. Dag koesterende warmte van het gezinsleven, compleet met minstens zo dierbare frustraties.

Niet meer wakker liggen omdat ze om half zes ’s ochtends nog steeds niet thuis is (‘Ik denk niet dat het laat wordt, hoor mam’)

Nooit meer tig onverwachte mee-eters die aanschuiven voor een driepersoonsstamppotje. Geen kind meer dat overal zijn troep laat slingeren. Niemand die overhellende stapels schoolboeken en schriften op de laatste lege stoel plant. Die achteloos gympies, tassen en andere loslopende accessoires onder de eettafel schuift en dan fronsend aan mij vraagt waar IK haar spullen heb gelaten.

Nooit meer zwaar geïrriteerd roepen: ‘Jongens, waarom praten jullie er altijd dwars doorheen als ík eens naar een programma wil kijken?!’

Niet meer wakker liggen omdat ze om half zes ’s ochtends nog steeds niet thuis is (‘Ik denk niet dat het laat wordt, hoor mam’), en dat angstvallig vooral niet laten merken. Niet toegeven dat je tachtig keer op Whatsapp hebt gecheckt wanneer ze voor het laatst online was (goddank, om 05.18 uur leefde ze dus nog).

Nooit meer kneuterig samen op de bank Ik vertrek becommentariëren. Nu vertrok ze verdomme zelf.

Geen kind meer dat achteloos gympies, tassen en andere loslopende accessoires onder de eettafel schuift en dan fronsend aan mij vraagt waar IK haar spullen heb gelaten

En ik dan, hè, wat bleef er van mij dan nog over – als nutteloze moeder? Waar moest ik naartoe met mijn lege vleugels? Zo somberde ik mezelf een respectabele dip in. En toen was ze nog niet eens weg.

Ik had natuurlijk beter kunnen weten. Had ik mijn oudste zoon één seconde gemist nadat hij indertijd z’n boeltje bij elkaar had geraapt? Nja. Niet echt. Terwijl hij de laatste verhuisdozen in de auto laadde, stond ik al de maten te nemen voor nieuwe gordijnen en pleisterde vast de eerste gaten in de muren dicht. ‘Neem je dat kastje nog mee of kan dat weg?’ vroeg ik hem druk redderend, zijn beteuterde blik negerend.

Inderdaad, andere ouders bewaren de kamer van hun kind nog jaren in originele staat. Bij hen kan dat kind – als het hem uitkomt – ongelimiteerd thuiskomen en zijn vertrouwde plekje weer bezetten. Ik beloofde mijn zoon daarentegen een slaapzak op de bank.

De eerste ideeën voor een complete make-over van zijn kamer borrelden al bij me op

Nog erger, besefte ik nu, het schaamrood met terugwerkende kracht op de kaken, was het enthousiasme geweest waarmee ik hem uit huis had gepusht.

Op een vrijdagavond laat had hij me een oproepje op Facebook laten zien: een vriend zocht medehuurders voor een studentenwoning. Hij speelde met het idee om misschien te reageren. Ooit. Als het wat was. ‘Leuk!’ zei ik bemoedigend en ging naar bed. De eerste ideeën voor een complete make-over van zijn kamer borrelden al bij me op.

’s Nachts lag ik inventariserend wakker: wat had hij eigenlijk nodig om zelfstandig te kunnen leven? Zou het geen fijn gebaar zijn als ik vast een uitzetje bij elkaar scharrelde? De volgende ochtend stond ik al vroeg bij de Hema. Even wat pannen, servies, bestek, handdoeken, theedoeken, een afwasborstel, een flessenopener, een survivalpakket levensmiddelen en, vooruit, een broodrooster inslaan.

Omdat ik geen flauw idee meer heb wat mijn kinderen doen of waar ze uithangen, maak ik me ook geen zorgen.

Een paar uur later schudde ik hem wakker en zette twee dozen met spullen op zijn dekbed. ‘Verrassing!’ Zijn vader stond in de deuropening en keek mijn beduusde zoon meewarig aan. ‘Ik hoop dat je begrepen hebt dat je nu gaat verhuizen?’

Maar bij mijn dochter ging ik dus wel moeilijk doen. Haar hielp ik, vechtend tegen mijn tranen, met inpakken. Zonder de geringste animo om haar zelfs maar een theekopje cadeau te geven.

Want mijn nest stond op het punt om definitief ontmanteld te worden. Mijn rol werd onttakeld. Ik voelde me als een boom die een tak verloor.

Als je kinderen je nodig hebben (want geen geld, honger, ziek, zwak en misselijk, enorme was, liefdesverdriet of ander geharrewar) weten ze je echt direct te vinden. Dus hoezo nutteloos?

Tegelijkertijd voelde ik me schuldig over al die schurende emoties. Wat was ik voor moeder van niks, dat ik mijn kinderen niet eens een beetje fatsoenlijk kon loslaten? Welk loodzwaar gewicht propte ik als afscheidscadeautje nog even snel in hun rugzak? ‘Mammie vindt het niet leuk zonder jullie, boehoe.’

Ja, zo maakte ik die slaapzak op de bank pas echt aantrekkelijk.

Tot het opeens zover was. En ik erachter kwam dat partir ook een peu sourir is. Want ja, omdat ik geen flauw idee meer heb wat mijn kinderen doen of waar ze uithangen, maak ik me ook geen zorgen. Daardoor slaap ik voor het eerst sinds jaren stukken beter.

Tegelijkertijd houdt het moederen nooit op, want als ze me nodig hebben (geen geld, honger, ziek, zwak en misselijk, enorme was, liefdesverdriet of ander geharrewar) weten ze me echt direct te vinden. Dus hoezo nutteloos?

En – ook nieuw – er zijn momenten dat mijn kinderen het bij mij thuis uren reuze gezellig hebben met hun vrienden en met hun mobieltjes: hangend, kletsend en chillend op mijn bank. Terwijl ik de caterende figurant in de keuken ben. Dat is het moment waarop ik denk: ga alsjeblieft allemaal naar je eigen huis! Ik wil zelf op die bank zitten chillen. In m’n eentje. Dus hop, wegwezen. Get a life.

En hee, realiseer je je dan, dat heb ik zelf ook weer. Een eigen leven.

Tekst: Monique Montanus

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!