Er bestaat voor mij geen groter genot dan langs een schoolplein te lopen en kleine kinderen te horen gillen. Want dat doen ze. Allemaal. Om niks. Heerlijk die vrijheid. Net zoals de pubers op de fiets die je van mijlenver hoort aankomen. Ze produceren altijd lawaai. Het liefst zou ik me er tussen storten en meedoen. Maar als vrouw op leeftijd hou ik me maar in. Als je eenmaal ruim volwassen bent is het afgelopen met het gillen. Het is ordinair.

Waarom is dat eigenlijk zo? De wens om je stem keihard te laten galmen is een heel diep menselijk verlangen. Een oergevoel. In zuidelijke landen kijkt niemand vreemd op als een vrouw lekker uit het raam gilt. Bij ons gelden andere regels en ben je niet beschaafd. Zelfs als je hier in het openbaar iets te hard lacht trekken omstanders gelijk de wenkbrauwen op ‘wat is er met haar aan de hand? Ze ergeren zich massaal aan ‘de geluidsoverlast.’

Gijs, mijn man gaat tijdens een voetbalwedstrijd helemaal uit zijn dak. Hij wel. Ik hang er geluidloos bij. Vooral omdat ik totaal niet snap wat er gebeurt op dat veld. Maar ik wil ook krijsen. Gelukkig heb ik een alternatief. De auto. Daar ben ik veilig en kan ik lekker ongegeneerd te keer gaan. Roepen naar die vent voor me die ineens vol op zijn rem staat. Om er weer als een speer vandoor te gaan in de hoop dat hij me klem rijdt en ik nog een keer los kan gaan.

Om nog even op mijn moeder terug te komen. Zij gilde vroeger over acht tuinen heen ‘Binnenkomen. We gaan eten.’ Dat deden alle vrouwen. Was heel normaal.

De achtbaan is ook een goeie ontlader. Want daar kan ik schaamteloos blèren tot ik geen stem meer over heb. En ben ik niemand ‘tot last.’ Ik heb hem helaas niet in mijn achtertuin staan dus doe het veel te weinig. Maar ik heb iets nieuws ontdekt: de bowlingbaan. Ik kwam er nooit totdat mijn moeder er haar verjaardag vierde. Leuk voor de kleinkinderen. En voor mij. Na achtenveertig worpen gooide ik eindelijk een strike en dat is aan niemand voorbij gegaan. Ik krijsen. Mijn familie juichen. Niks geen bestraffende blikken ‘doe even rustig.’ Ik was ineens een heldin.

Ik moet er beslist vaker naartoe.

Om nog even op mijn moeder terug te komen. Zij gilde vroeger over acht tuinen heen ‘Binnenkomen. We gaan eten.’ Dat deden alle vrouwen. Was heel normaal.

Ik hoor het nu nooit meer, terwijl ik toch in een kinderrijke buurt woon. Die moeders van tegenwoordig sturen vast een app. Zo jammer.

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!