Ik doe mijn best. Eet gezond, op die glazen wijn, buitensporige weekendborrels en repen chocolade na. Wandel of fiets elke dag naar mijn werk. Sinds een paar jaar realiseer ik me namelijk terdege dat de aftakeling onomkeerbaar is ingezet en dat ik niet meer ongestraft avonden kan doorzakken, 5 stukken worteltaart kan eten of minder dan 7 uur kan slapen.

Dus ik sport. Het was even inkomen, de laatste keer dat ik een sportschool van binnen had gezien droeg iedereen nog roze lycra met beenwarmers. Mijn nieuwe start begon met 3 armzalige rondjes door het park had en toen ik bijna halfdood thuiskwam leek het me verstandig om dit iets professioneler aan te pakken.

Vrouwen. Een enkele man. Strakke pakjes, felle kleuren. Haren in weelderige paardenstaarten. Rimpelloze gezichtjes.

Daarom sta ik nu elke donderdagochtend te swingen tijdens de Zumbaklas. Onder de bezielende leiding van Sylvia werk ik me in het zweet en probeer ik ondertussen ook nog iets van een ritme aan te houden.

Ook sta ik steevast vooraan. Die pasjes zijn al moeilijk genoeg en mijn ogen gaan sinds een paar jaar danig achteruit. Het woord kippig zou ik nog niet willen gebruiken, maar het komt aardig in de buurt. Vanaf deze plek kan ik Sylvia nauwlettend in de gaten houden en zit er ten opzichte van haar passen minimale vertraging in die van mij. Dat scheelt botsingen met mijn buren. Voor iedereen beter.

Afgelopen donderdag was ik als een van de eersten in de zaal. Terwijl ik vooraan kwartier stond te maken – handdoek aan de rand leggen, shirt rechttrekken, nog een slok water voor de broodnodige hydratatie – keek ik via de spiegel voor mij ondertussen naar de mensen die langzaam achter mij binnendruppelden.

Vrouwen. Een enkele man. Strakke pakjes, in felle kleuren. Korte broekjes die ternauwernood de bilpartij omspannen. Haren in weelderige paardenstaarten. Rimpelloze gezichtjes.

Aan de binnenkant van mijn bovenarmen zwabbert ook iets wat er niet hoort. Maar dat euvel beperkt zich beslist niet tot mijn generatie, stel ik met een valse en tevreden gedachte vast.

Een lichte paniek bekruipt me. Uit de boksen klinken de eerste tonen van een opzwepend liedje en Sylvia vraagt met schelle stem of we er allemaal klaar voor zijn. Mijn ogen scannen de rijen medesporters achter mij. Terwijl ik voor de eerste squat mijn billen richting de grond laat zakken, daalt de realiteit langzaam op mij neer.

Ik ben de oudste van het klasje.

Ternauwernood kom ik weer omhoog. Ik denk: ****. Tegelijkertijd heb ik de bemoedigende gedachte: maar ik sta hier mooi wel. Maar ik denk ook: Zouden zij – de weelderige paardenstaarten – dit nu ook opmerken en op hun beurt denken ‘Jemig, wat doet dat ouwe mens hier’?

Dan kijk ik nog eens goed. Ik heb dan wel geen fel pakje aan en aan de binnenkant van mijn bovenarmen zwabbert ook iets wat er niet hoort. Maar dat laatste euvel beperkt zich beslist niet tot mijn generatie stel ik met een valse en tevreden gedachte vast.

Ik zie er eigenlijk verdomd goed uit. Sylvia draait ondertussen om haar as en ik hops gezellig mee. Voor de sportschool hoef je echt geen 25 te zijn.

Tekst: Monique Bakker

Lees ook: Er valt echt nog wel wat te redden in de sportschool!

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!