Ik geef toe: mijn eerste reactie of die motor nog teruggebracht kon worden naar de dealer was niet heel aardig. Het floepte er uit. Tja, ik ben gewoon niet echt een type die begripvol reageert op andermans excessieve impulsaankopen. Geïrriteerd stapte hij, in zijn nagelnieuwe strakke motorpak (waar hij eigenlijk best mooie billen in had), op zijn nieuwe racemonster en liet mij in totale verwarring achter.

Mijn man bleek getransformeerd te zijn in een motormuis. Was dit een vertraagde uitspatting van de midlifecrisis? Joost mag het weten. Feit is, het is menens. Ook dat nog. Nu kun je denken: ach laat die man toch. En dat doe ik ook. Echt. Al was een soort van introductie in deze waanzin geen overbodige luxe geweest.

Daarom voor lotgenoten die in hetzelfde schuitje zitten of die aan hun water voelen dat ze binnenkort ook een ronkend gevaarte op de stoep hebben staan: hierbij een overzicht van de gezellige veranderingen die een motorman-in-huis met zich mee brengen.

1. De heilige koe verliest zijn status

De Volvo stond sinds mensenheugenis in onze garage. ‘Even de auto binnenzetten’ was vaste prik. Maar those days are over… zijn heilige koe staat nu op straat weg te roesten. De motor móét namelijk echt binnen staan. Anders gaat de tank roesten en dan blokkeren de carbs. Dat moet je niet willen. Voor je motor dan. Voor de auto maakt het opeens niet meer uit.

2. Gratis nieuwe vrienden

Zoals zwangere vrouwen opeens beste vriendinnen zijn, zo gaat dat ook bij motormannen. Een keer even dat ding voor je huis staan poetsen en hoppa, heel motorminnend buurtvolk staat bij je op de stoep. Zo ben je voor je het weet een nieuwe vriendenkring rijker en ga je elke zaterdag na een rondje toeren rond met broodjes en flesjes bier. Onderweg is het ook een sociaal gebeuren van jewelste want motorrijders zwaaien naar elkaar. Heb ik tenminste begrepen. Levensgevaarlijk.

3. Doorrijden en filesurfen

Met de komst van de motor heeft zich een heel nieuw jargon aangediend in ons huishouden. Zo blijkt mijn motorman dus een echte ‘doorrijder’ te zijn. Ik dacht dat het om de snelheid ging (oh god) maar het betekent dat iemand het hele jaar door rijdt en dus niet – waarop ik op hoopte – een mooiweerrijder, die alleen in de zomer een ritje maakt.

‘Filesurfen’ is als de motorrijder tussen de files doorrijdt, volgens mij heb je dan gewoon een doodswens.

‘Dodenseconde’ is de eerste seconde groen licht van een verkeerslicht waarbij motorrijders door het snelle optrekken meer kans hebben om op roodlichtrijders van een andere kant te knallen. Dat lijkt me vrij ongezellig dus toen ik een keer aanraadde om dan maar langzaam op te trekken, kon ik aan zijn rollende ogen zien dat ik er niets van had begrepen in het leven. Tsk.

4. Files zijn geweldig 

Hoe irritant ze vroeger waren, tegenwoordig zijn files pri-hi-ma voor hem. Om niet te zeggen het beste wat de man op motor kan overkomen. Want: lekker filesurfen! Angst voor plotseling uitwijkende auto’s is er niet. Daar ben je op bedacht, zo stelt de man. Ik houd wijselijk mijn mond en ben vooral bedacht op het Nederlandse klimaat als ik van A naar B moet. Dus roep ik standaard als-ie zeiknat terugkomt: “Lekker hè zo’n motor! Hoe waterafstotend is dat strakke pakje van je ook al weer?” Toegegeven, je wordt er af en toe best een vals sekreet van.

5. Automobilisten zijn rete-asociaal

Hoewel hij nog steeds wel eens zelf auto rijdt, zijn álle automobilisten dom en asociaal. Als motorrijder kijkt hij veel verder vooruit en is daardoor heul veel beter voorbereid op eventuele gevaarlijke situaties. Als ik het goed begrijp zijn motorrijders helderzienden. Sure! Toch jammer dat er nog regelmatig motorrijders van het wegdek geschraapt moeten worden. Die hadden zeker hun dag niet.

Hoe dan ook, even een dropje uit het Vencozakje pakken op de motor is vrij onhandig met handschoenen aan en een helm voor je mond. Zolang daar niks voor gevonden wordt, vind ik motorrijden dom.

6. Lekker sleutelen

En dat betekent zwarte olievegen op de mooie nieuwe handdoekjes van die dure interieurwinkel die jij naast de wasbak hebt hangen. Natuurlijk heb ik al láng de leeftijd bereikt dat dat me geen moer meer interesseert, maar potverdomme zeg: “NIET DIE NIEUWE GEBRUIKEN!’.

7. De wekelijkse vraag wanneer je nou eens mee gaat

Mijn motoroutfit heeft-ie stiekem al op Marktplaats gekocht. Dan kon dat geen argument meer zijn om nee te zeggen. Bijna wekelijks vraagt hij wanneer ik nou eens mee ga rijden. Een vriendin van me zegt dat het een begin kan zijn van een andere vorm van intimiteit in onze relatie. Lekker achterop, je armen om zijn middel, echt even een paar uur quality time. Waarbij ik me volledig moet overgeven en me vooral niet mag verzetten als we schuin in de bocht hangen en we voor mijn gevoel bijna tegen de vlakte gaan. Onze danslessen waren ook al zo’n succes waarbij de leraar medelijden had met de man omdat ik hem maar niet liet leiden. Ik weet ook nog steeds niet wat ik anders had moeten doen, dus zo’n ritje achterop lijkt me gewoon niet de beste rolverdeling. Hoewel ik wel denk dat zo’n zwart leren pak me vrij goed zal staan. Hmm. Ik ga er toch nog eens over nadenken.

8. Een vlammend seksleven

Diezelfde vriendin zei ook dat volgens een Amerikaans onderzoek vrouwelijke motorrijders een beter seksleven hebben. Door het motorrijden zou je stressniveau zakken en daardoor zou je meer kunnen genieten tussen de lakens. Kijk, nu wordt het interessant. Ik ga meteen googlen op snelcursus.

In dezelfde categorie zijn er ook een heleboel mensen die een racefiets aanschaffen. Ook dit gaat gepaard met een nieuwe levensstijl die zich even plots aandient als Circus Renz op het Mailieveld. Lees hier de hilarische handleiding van hoe daar mee om te gaan..

Beeld: ljupco / 123RF Stockfoto

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!