Het is lente. Donkere kleuren en dikke truien verdwijnen naar de bovenste plank van mijn kast. Dit jaar word ik 50. Tot nu toe openbaarde zich nog geen enkele drang mijn kleding aan mijn leeftijd aan te passen. Ik voel me als dertig en ik draag wat ik wil. En toch betrap ik me de laatste tijd erop dat ik sommige dingen niet meer aantrek. Want ‘ze’ zeggen dat teveel bloot en te strak taboe is. En als ik heel eerlijk ben, voel ik me er ook niet altijd even gelukkig meer in. Maar wat nu?

Ik vervang niet elk seizoen mijn complete garderobe. Ik koop graag kwaliteit en ik ben zuinig op mijn spullen. Ik kan er makkelijk een paar jaar mee doen en in mijn kast hangt een aardige collectie skinny’s, rokjes en strakke shirts, met of zonder decolleté. Allemaal kleding die mijn tienerdochter ook draagt en die ik heb gekocht toen ik een jaar of 10 tot 15 jonger was.

Mijn kinderen wijzen me ook maar wat graag terecht: ‘mam, iew! ik zie je onderbroek, dat kan echt niet!’

Toen zat ik, en ook mijn lijf, in een andere levensfase. Strakke shirts zitten nu strak op de verkeerde plekken en lage broeken zitten nu nog lager dan laag omdat ze gewoon niet hoger meer kunnen met het risico op een bouwvakkerslook.

‘En wat dan nog’ kun je zeggen? Moet je dan zo nodig meedoen met de generaties voor je? Het antwoord is simpelweg ja.

Ik ben een oude moeder en ik sta voorlopig nog op het schoolplein van mijn kinderen op de basisschool. Daar is de gemiddelde leeftijd van de moeders ergens in de dertig. Ik vind het prettig, voor mij én mijn kinderen, dat ik niet aangezien word voor hun oma.

En dat niet alleen. Mij bekruipt het beklemmende gevoel dat zodra ik over-de-knie-Claudia Sträter-jurken aan ga trekken, de volgende fase een rollator is.

Ik ben geen 35 meer en dat pittige jurkje waar ik eerder de blits mee maakte, veranderde opeens in een soepjurk.

Maar dat is niet de enige reden waarom ik in een kledingcrisis zit.

Toen ik mijn favoriete rode jurkje weer eens aantrok om naar een feestje te gaan, voelde ik dat er iets niet klopte. Na een half uur dralen voor de spiegel besefte ik pas dat eigenlijk alles mis was. De te felle kleur, het te strakke bovenlijf dat rechtdoor naar beneden doorliep richting mijn verdwijnende taille, mijn te grote cupmaat. Ik ben geen 35 meer en dat pittige jurkje waar ik eerder de blits mee maakte, veranderde opeens in een soepjurk.

Ook de wereld om me heen is vrij duidelijk. Volgens mijn vriendinnen ‘kan een korte broek na je 40e echt niet meer’ en ‘onthullen mouwloze truitjes teveel slap vlees’. ‘Een trui met glitterapplicaties, dat is toch echt alleen iets voor onze dochters uit groep 7’. Tja.

Mijn kinderen wijzen me ook maar wat graag terecht. Als ik buk om te helpen om de knoop uit een veter te halen, roepen ze ‘mam, iew! ik zie je onderbroek, dat kan echt niet!’. Een diep decolleté laat teveel borst zien vinden ze, om maar te zwijgen van shirts die mijn boezem teveel benadrukken: ‘mama, je shirt zit gek’.

En ik geef hen geen ongelijk.

Eigenlijk is het best leuk om die lage skinny’s te vervangen door de nieuwe hogere flared jeans die weer helemaal terug is

Daarom heb ik besloten deze crisis met beide handen aan te pakken. Eigenlijk is het best leuk om die lage skinny’s te vervangen door de nieuwe hogere flared jeans die weer helemaal terug is (en misschien ook nog ergens in mijn kast hangt!). En die oversized shirts waarmee ik zonder zorgen kan bukken, zijn allang niet meer van die jaren 90-modellen.

Alleen dat rode jurkje.

Ach, met een zwart jasje erover kan ik het nog prima aan. Ik zit tenslotte in een overgang.

Tekst: Suzanne de Koning

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!