Toen de 29-jarige zoon van Mirjam laatst vertelde over de 18 huwelijken waar hij en zijn vriendin dit jaar voor zijn uitgenodigd, ontsnapten voordat ze er erg in had de fameuze woorden haar mond: ‘Zo, en wanneer ga jij trouwen?’

‘Mam!!!’ De ergernis werd bekrachtigd door rollende ogen en een ‘Djzssss’. Gelukkig voor mij mengde zijn zus met een besmuikt gezicht zich in de conversatie: ‘Ja, dat zou ik ook wel eens willen weten’, en kon ik de aandacht afleiden: ‘Iemand nog thee..?’.

Ik ben vast niet de laatste moeder zijn die na dergelijke uitspraken het volgende kerstdiner gewoon weer met Pietje (Verrassing! Het is weer aan!) een vorkje kalkoen moest prikken.

Maar het knaagde. In de categorie ‘de dingen die je niet tegen je kinderen zegt’ staat deze relatief hoog op de lijst. En hoewel ik toen ik de leeftijd van mijn zoon had tijdens gesprekken met mijn eigen ouders met regelmaat dacht: ‘Zo, dat ga ik zelf dus later nooit tegen mijn eigen kinderen zeggen’, kruipt het bloed met eenzelfde regelmaat waar het niet gaan kan, zo merk ik ook aan de gesprekken om mij heen.

De top 5:

1. Ben je aangekomen/ afgevallen?

Vooral met puberdochters moesten we allemaal heel voorzichtig zijn als het om gewicht ging, voor je het wist praatte je je kinderen een eetprobleem aan. Ik heb mijn lessen geleerd.

Mijn zus heeft het er nog wat moeilijk mee, op de Facebookpagina van mijn neefje – net thuis na een half jaar stage in het buitenland – zie ik een foto waar van hem met een zwaar geïrriteerde blik (en ja, heel wat meer kilo’s dan toen hij wegging) voorzien van de volgende tekst: ‘Net 5 minuten thuis en mijn moeder vraagt hoe het komt dat ik zoveel ben aangekomen..’ Waarop een vriend reageert ‘Ja bizar. Ik vertel haar toch ook niet dat zij dikker is geworden’. ‘Wat fijn dat je weer thuis bent!’, bevordert de sfeer daarentegen enorm.

2. Je belt/ appt zo weinig…

Ten eerste: ouders en kinderen hebben een volslagen andere definitie van ‘weinig bellen’. Ten tweede: een dergelijk schreeuw om aandacht (want hé, dat is het gewoon) wordt doorgaans weinig empathisch benaderd maar vrij irritant gevonden. Ze zijn gewoon druk en dit is niet het moment om te vertellen dat ze over 30 jaar terugkijken op deze fase van hun leven en zich dan realiseren hoe relatief ontspannen het eigenlijk was.

Ik heb vriendinnen die bij een dergelijke aanblik direct de gele handschoenen aantrekken en spontaan met overvloedige hoeveelheden Dreft gaan soppen

Maar goed. ‘Tentamen, feestjes, werken, ik moest al om 9 uur ergens zijn (…)’,mijn kinderen hebben ook een eigen leven. Hé, en ik ook! Hoera voor al deze tijd voor mezelf :).

3. Je bent echt beter af zonder pietje, het was toch een eikel

Toen dochterlief huilend op de stoep stond met het Dramatische Nieuws verdreef mijn empathisch moederinstinct alle ratio en hoorde ik mezelf dingen zeggen als dat ze ‘echt een veel leukere man verdiende’ en ‘dat ik er de laatste tijd ook niet zo’n goed gevoel bij had dus dat ik haar heel goed kon begrijpen’.

Ik ben vast niet de laatste moeder die na dergelijke uitspraken het volgende kerstdiner gewoon weer met Pietje (Verrassing! Het is weer aan!) een vorkje kalkoen moest prikken.

4. Wat heb je daar op je gezicht?

Het blijft een shock als je ongeschonden bloedjes opeens allerlei hormonale ellende ontwikkelen. In hun puberteit kwam ik er nog mee weg om en passant wat flesjes gezichtsreiniger in de badkamer te zetten en het zo bespreekbaar te maken.

Ach, zo kunnen zij tenminste ook denken: ‘Dat ga ik later noooooit tegen mijn eigen kinderen zeggen!’

Maar hoe ouder ze worden, niks is irritanter als je bij elk bezoekje het gevoel hebt dat je weer onder je ouders’ vergrootglas wordt gelegd, zo verzekerde de dochter mij. Hoe graag ik ook wil helpen, mijn kinderen vinden het irritante bemoeienis. Ok, duly noted.

5. Hoe kun je in deze zwijnenstal leven?!

Bij een van goedgekeurde bezoeken in Het Nieuwe Paleis van de zoon staat een week aan vaat op het aanrecht en struikel ik over de (half)lege pizzadozen naast de voordeur. Zijn huisgenoten trekken wat vuile was van een stoel zodat ik kan zitten en er is zowaar nog een schoon (hoop ik) theekopje.

Ik heb vriendinnen die bij een dergelijke aanblik direct de gele handschoenen aantrekken en spontaan met overvloedige hoeveelheden Dreft gaan soppen. Hoewel mijn handen jeuken heb ik de keuze gemaakt om er vanuit te gaan dat wanneer hij een baan krijgt, gaat samenwonen/ trouwen (maar pas op, zie punt 1) en wie weet ooit aan kinderen begint, hij zijn standaard van een goede hygiene vanzelf herziet.

Tot die tijd denk ik met een beetje medelijden aan zijn vriendin die deze rotzooi moet trotseren in ruil voor de charmes van mijn zoon en eten we pizza bij de Italiaan om de hoek.

Ik weet – of liever gezegd, mijn kinderen weten: het lekt bij de loodgieter. Toen ik op weg naar buiten bij mijn zoon bijna mijn nek brak over zijn ontbijt van 3 weken geleden, floepte er ook iets uit wat verdacht veel leek op punt 5. En in het heetst van de strijd slinger ik ze regelmatig  de gouden woorden ‘Wacht maar tot je zelf kinderen hebt!’ naar hun hoofd.

Ach, zo kunnen zij tenminste ook denken: ‘Dat ga ik later noooooit tegen mijn eigen kinderen zeggen!’

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!