Hoe ouder we worden, hoe zeker we het weten: slapen is niet overschat. Waar we vroeger op de meest harde kampmatrasjes heerlijk tukten kun je nu makkelijk 14.876 schaapjes tellen op de meest geavanceerde Auping. Voor vrouwen helpt de overgang daar natuurlijk ook niet in mee – lekker piekeren tot vijf uur in de ochtend en dan zonder pardon je bed uit drijven – maar ook bedpartners zijn een storende factor voor de broodnodige schoonheidsslaap. Monique Hoevenaar weet er alles van: zij koos na jaren brakke nachten voor een eigen slaapkamer, en ook in haar vriendenkring is het een opkomende trend.

“En dan hebben we het niet over een gezellige twin-opstelling in de slaapkamer. Nee, gewoon aparte kamers. Een ruimte in huis waar je naar hartelust kunst snurken, zweten en draaien. Waar je eindelijk rust hebt van een wederhelft die jou ’s nachts 5 keer onbedoeld een stomp verkoopt. Voor iedereen die nog twijfelt deel ik graag een paar redenen om je eigen slaapdomein te creëren.”

Waar voor sommigen het aanvinken van één van onderstaande situaties reden genoeg is om de echtelijke slaapkamer op te splitsen, gaan anderen pas overstag wanneer de echtscheiding na jaren gebroken nachten nabij is. En anderen trotseren dit alles met een glimlach.

Beslis zelf.

1. Iemand wil lekker lepeltje-lepeltje. Jij niet. 

Jaja. Tijdens de wittebroodsweken begrepen we niet dat niet iederéén innig verstrengeld sliep. Met die relaties was vast en zeker iets mis. Inmiddels weten we wel dat dat enorm overschat is. De enige uitzondering: wanneer je in een zelfgemaakte iglo op de mount everest wacht op het reddingsteam dat je moet bevrijden uit de vrieskou en het je enige overlevingskans is. Persoonlijk heb ik het gevoel dat ik stik wanneer iemand zijn lijf omdat van mij vouwt. Jouw kant, mijn kant. Heel simpel. En als dat niet werkt: jouw bed, mijn bed.

2. Je rent hele marathons in je slaap.

Van sommige mensen heb je geen last als je naast ze slaapt. Die blijven keurig aan hun zijde en houden ledematen binnenboord. Ik behoor helaas niet tot die categorie. Waar ik bewegen overdag vrij vermoeiend vind, ben ik ’s nachts niet te stoppen. Ik ren, boks en zwaai me een ongeluk. Mijn vorige liefde heb ik regelmatig mishandeld met een welgemikte trap onder de dekens. Was hij ’s ochtends superchagrijnig tot een uur of 10 terwijl ik geen idee had wat ik hem had aangedaan.

3. Hij wil in een ‘behaaglijk warme kamer’ slapen. Jij wil liever standje iglo.

Vriendin A. wilde van jongs af aan al graag bij de opening van de tent en op de slaapzaal bij het klapraam liggen. Later bleven ook de slaapkamerramen wagenwijd open, zelfs als Rijkswaterstaat de hele landvoorraad zout buiten aan het strooien was. Wanneer haar wederhelft het te gortig vond en bij winterse buitentemperaturen het raam slechts op een ieniemienie kiertje zette, lag ze de hele nacht zwetend te happen naar adem. Dat werd niet beter toen de overgang inzette en haar partner voor het blok zette: ‘of dat raam gaat open, of ik ga ergens anders slapen.’ Het werd het laatste. Nu slaapt iedereen als een roos.

4. Maar het is zo gezéllig met de katten in bed.

Ik moet er persoonlijk niet aan denken om naast een poes/hond/cavia te slapen. Vooral omdat die haren echt óveral gaan zitten. Maar er zijn mensen die dat hartstikke leuk vinden. Nu kun je je afvragen of je relatie de goede kant op gaat als je in bed je lieftallige viervoeters boven je partner verkiest. Ieder zijn ding. Andersom: als je elke ochtend wakker wordt met een kat op je hoofd terwijl je ogen dik zijn van de allergische reactie (hatsjie!) dan lijkt een eigen kamer mij een aanlokkelijk vooruitzicht.

5. Iemand snurkt. Knetterhard. De hele nacht.

In het begin geef je nog gemoedelijke tikjes op een schouder. Later wordt dat een geïrriteerde duw. Totdat niks meer werkt en je elke avond bid dat je eerder in slaap valt dan je wederhelft. Wat nooit lukt en je dus nachten wakker ligt en hele symfonieën componeert op het gesnurk (Nu met z’n allen, mensen!). Hét moment om eieren voor je geld te kiezen en naar een ander vertrek te verkassen. Want dit gaat niet meer veranderen. Voor je het weet lig je je nog 25 jaar te ergeren (totdat je een oud besje en stokdoof bent, eindelijk rust!). En als je zelf die snurker bent: fantastisch om de hele nacht te kunnen hijgen, piepen en zuchten zonder je in te hoeven houden.

6. Je past halverwege de nacht niet meer in bed omdat iemand als een zeester naast je ligt het hele bed inneemt.

Zie punt 2. Met het verschil dat je in dit geval langzaam maar zeer stelselmatig het bed wordt uitgewerkt. Deze zeesterren zijn doorgaans ook niet te corrigeren. Je kunt terugduwen wat je wil, maar na een slaperig ‘o, sorry schat’ komt er gewoon weer een been jouw kant op. Niet gezellig als je tegen de ochtend nog slechts een strookje bed tot je beschikking hebt – waar ternauwernood een koala met anorexia past – om jezelf op te krullen en nog 2 uurtjes slaap te vatten. Hoppakee, pak je eigen bed je hebt hier nooit meer last van.

7. Iemand wil tot diep in de nacht lezen en is veroordeeld door een minuscuul leeslampje omdat ‘het godbetert anders veel te licht is om een oog dicht te doen’.

Schuldig. Niks lekkerders dan met een boek onder de wol te kruipen en te weten dat je theoretisch gezien zo lang kan doorlezen als je wil. Als je de onmacht om na 5 pagina’s wakker te blijven of het feit dat je de volgende dag een belangrijke presentatie hebt waarvoor het fijn is als je meer dan 5 uur hebt geslapen even buiten beschouwing laat. Vaak genoeg werd ik halverwege de nacht ruw wakker geschud door mijn partner die knorrig vroeg om ‘GVD dat licht uit te doen’. Voor kerst kreeg ik een leeslampje, maar toen die 3 hele nachten onder de dekens had liggen branden nadat ik in slaap was gevallen moesten er nieuwe batterijen in. Wat nog steeds ergens op mijn todo-lijstje staat.

Eh..heb je dan nooit meer sex?

Natuurlijk wel. En daarna ga je weer terug naar je eigen kamer. Net als vroeger toen we stiekem over de gang trippelden. En goede gesprekken voer je met een glas wijn op het terras. Hartstikke leuk.

Meer handige relatietips: Zo overdonder je je vrouw op haar verjaardag nog steeds na 28 jaar

Tekst: Monique Hoevenaar

Schrijf je in voor de ultieme survivalgids voor het leven na de 50

Geen garanties dat je het overleeft, maar een avontuur wordt het zeker!